Volg @InnovatiekringDementie op Facebook Volg @Dementie_info op Twitter RSS Kennisbank RSS News

Reukvermogen verslechtert bij verschillende soorten dementie

Door Nanda de Knegt - Redactioneel - 25-08-2008

Hoe komt het dat ouderen met frontotemporale of semantische dementie vreemde eetgewoonten ontwikkelen? En zelfs oneetbare voorwerpen eten? Ruiken ze soms minder goed? Italiaanse en Engelse wetenschappers onderzochten als eersten het reukvermogen bij deze twee vormen van dementie. Ook keken zij naar het reukvermogen bij onder andere de ziekte van Alzheimer. Conclusie: het reukvermogen, een belangrijk zintuig in het dagelijks leven, verschilt per soort dementie. Lees snel verder!


Wat was het doel van dit onderzoek?

Ruiken ouderen met verschillende vormen van dementie anders dan gezonde ouderen? Hebben zij moeite met het herkennen en/of onderscheiden van geuren? Oftewel: wat zijn kenmerkende problemen van het reukvermogen bij ouderen met verschillende soorten hersenaandoeningen (patiëntengroepen), vergeleken met gezonde ouderen van dezelfde leeftijd (controlegroep)?

Welke vormen van dementie zijn onderzocht?
De onderzoekers onderzochten het reukvermogen van vier soorten hersenaandoeningen:

  • frontotemporale dementie
  • semantische dementie
  • de ziekte van Alzheimer

Verderop in dit artikel meer uitleg over deze vormen van dementie.

Wat zijn de belangrijkste conclusies?
Het reukvermogen verslechtert bij de vier onderzochte hersenaandoeningen wat betreft de waarneming van geur (vooral bij Alzheimer) en wat betreft de betekenis van geur (vooral bij semantische dementie). Bij patiënten met semantische dementie neemt de kennis over de betekenis van de geuren af, wat de verandering in eetgewoonten zou kunnen verklaren. Zij herinneren zich namelijk niet meer hoe voorwerpen eruit zien, ruiken en heten. Mensen met Alzheimer op hun beurt hebben moeite om geuren waar te nemen.

Wat kunnen we hiermee in de dagelijkse praktijk van dementie?
Minder goed ruiken
Vooral ouderen met Alzheimer en ouderen met semantische dementie kunnen steeds minder goed ruiken. Alzheimerpatiënten hadden in het onderzoek het meeste moeite met het beoordelen of twee geuren hetzelfde waren of niet, terwijl ze wel goed konden zien.
Mensen met semantische dementie hadden de meeste problemen met het benoemen van geuren, met het benoemen van plaatjes en met het aanwijzen van plaatjes bij woorden van niet - eetbare voorwerpen.

Gevaarlijk
De verslechterde geurwaarneming bij ouderen met Alzheimer en het verslechterd geurbegrip bij ouderen met semantische dementie is gevaarlijk. Ze lopen namelijk het risico om belangrijke geuren in de omgeving zoals gas en vuur niet op te merken of niet te herkennen.
Bovendien verandert waarschijnlijk bij beide soorten dementie ook de smaakbeleving. Ruiken en proeven zijn namelijk sterk aan elkaar gerelateerd. Alzheimerpatiënten die, volgens het onderzoek, verschillende geuren moeilijk kunnen onderscheiden, zouden dus ook moeite kunnen hebben om te beoordelen of verschillende smaken hetzelfde zijn of niet.

Giftige stoffen
Het risico op het eten van giftige of niet - eetbare stoffen is echter groter bij ouderen met semantische dementie. In het begin van de ziekte zijn zij overselectief in hun voedselkeuze, later kiezen zij soms voor niet- eetbare voorwerpen. Dit gedrag lijkt op het Klüver-Bucy syndroom. Wat is hier een mogelijke verklaring voor?
De onderzoekers wijzen erop dat hun taalbegrip verslechtert, evenals het geheugen voor geuren en visuele informatie. Anders gezegd: mensen met semantische dementie herinneren zich niet meer hoe voorwerpen eruit zien, ruiken en heten. Dit is een complex verschijnsel, waar meer onderzoek naar gedaan zal moeten worden.

Voorzichtig
Uiteraard kun je over deze conclusies alleen voorzichtige uitspraken doen, aangezien het artikel alleen gericht is op het reukvermogen en gezonde veroudering ook de zintuigen beïnvloedt. Zo neemt de gevoeligheid van de smaakpapillen af, waardoor ouderen sterkere smaken aan kunnen (bijvoorbeeld de bittere smaak van pure chocolade).

Details van de conclusies
1) Patiënten met semantische dementie hadden moeite met het vaststellen van geuren, maar konden geuren wél van elkaar onderscheiden. Dit bevestigt dat de zijkanten van de hersenen (de temporale lobben, welke aangetast zijn bij deze vorm van dementie) belangrijk zijn bij het geheugen voor geuren. De verslechterde kennis van geuren is een waarschijnlijke verklaring voor de vreemde eetgewoonten die de patiënten met semantische dementie vertoonden. Mogelijk speelt taalbegrip hierbij ook een rol. De mensen met semantische dementie maakten namelijk veel fouten met het aanwijzen van plaatjes bij woorden van niet - eetbare voorwerpen.
2) De Alzheimerpatiënten hadden moeite met het onderscheiden van geuren, mogelijk door een verstoorde geurwaarneming. Dit zou een oorzaak kunnen zijn voor hun slechte prestatie bij het vaststellen van geuren.
3) De patiënten met frontotemporale dementie en corticobasale achteruitgang hadden een beetje moeite met het vaststellen van geuren.

Uitleg over de vormen van dementie
(bron: artikel en www.alzheimercentrum.nl)


Frontotemporale dementie
Plaats van hersenbeschadiging: voorkant en zijkant(en).
Problemen: geleidelijke gedragsverandering en persoonlijkheidsverandering, bijvoorbeeld moeite met het plannen en sturen van gedrag (executieve functies) en minder emotionele betrokkenheid.
Meest bekende vorm: ziekte van Pick

Semantische dementie
Plaats van hersenbeschadiging: zijkant(en).
Problemen: vooral taalbegrip, maar ook egocentrischer en dwangmatiger dan eerst.
Verwant aan: frontotemporale dementie.

Alzheimer
Plaats van hersenbeschadiging: onder andere de hippocampus: het deel van de hersenen dat een grote rol speelt bij het geheugen.
Problemen: vooral met het geheugen, maar ook bijvoorbeeld moeite met dagelijkse handelingen en de oriëntatie.

Corticobasale achteruitgang
Plaats van hersenbeschadiging: basale ganglia, premotorische cortex en pariëtale cortex. Deze gebieden van de hersenen zijn onder andere belangrijk voor beweging (vooral de basale ganglia en de premotorische cortex).
Problemen: beweging.
Verwant aan: ziekte van Parkinson, maar de patiënten met corticobasale achteruitgang reageren niet op de medicijnen tegen Parkinson en hebben ook meer symptomen (om deze twee redenen staat corticobasale achteruitgang ook bekend als Parkinson-Plus).

Details over het onderzoek
Aanpak
De onderzoekers bepaalden eerst welke geuren de meeste gezonde ouderen herkenden en gebruiken deze zestien geuren in de rest van het onderzoek. Daarna voerden de patiëntengroepen en de controlegroep (nu bestaande uit de echtgenoten van de patiënten) vijf taken uit in een vaste volgorde: geuren onderscheiden, geuren benoemen, geuren met plaatjes combineren, plaatjes benoemen en woorden met plaatjes combineren.

Geuren onderscheiden
In de geuronderscheidingstaak beoordeelden ouderen met gesloten ogen voor elk van de zestien paren geuren of de geuren hetzelfde waren of niet. Hierbij bestonden acht paren uit precies dezelfde geuren en bestonden acht paren uit geuren die alleen op elkaar leken (bijvoorbeeld citroen - sinaasappel).

Geuren benoemen
In de geurbenoemingstaak benoemden de ouderen de zestien verschillende geuren. Wanneer dit niet lukte, beschreven zij de kenmerken van de geuren.

Geuren met plaatjes
In de combinatietaak met geuren en plaatjes zochten de ouderen de plaatjes die qua betekenis pasten bij de geuren (bijvoorbeeld een plaatje van een cake bij een vanillegeur).

Plaatjes benoemen en combineren
De plaatjesbenoemingstaak en de combinatietaak met woorden en plaatjes dienden als controle voor de benodigde semantische kennis in de andere taken. In de plaatjesbenoemingstaak benoemden de ouderen voorwerpen op plaatjes die gerelateerd waren aan de zestien geuren (bijvoorbeeld ‘vanillestokjes’). In de combinatietaak noemde de onderzoeker telkens een geur (bijvoorbeeld ‘vanille’) en wezen de ouderen daarna het bijbehorende plaatjes aan (bijvoorbeeld ‘vanillestokjes’).

Tenslotte
Tenslotte vergeleken de onderzoekers de resultaten op de vijf taken tussen de patiëntengroepen en de controlegroep (echtgenoten) en tussen de verschillende patiëntengroepen onderling.

Wie waren de deelnemers?
Patiëntengroep
De patiëntengroep bestond in totaal uit veertig personen met een leeftijd tussen 64 en 71 jaar, gekozen uit een dementiekliniek in Italië (Ancona) of Engeland (Manchester). Deze personen waren in de beginfase van frontotemporale dementie, semantische dementie, Alzheimer of corticobasale achteruitgang, vastgesteld aan de hand van hun medische geschiedenis, neurologisch onderzoek en hersenscans. De meeste patiënten met frontotemporale dementie (negen van de elf personen) en de meeste patiënten met semantische dementie (zes van de acht personen) hadden binnen een jaar andere eetgewoonten ontwikkeld. Alle ouderen gebruikten geen medicatie die invloed zou kunnen hebben op hun reukvermogen.

Controlegroep
Deze groep bevatte gezonde, vrijwillig aangemelde ouderen die even oud waren als de patiëntengroep. Zij voldeden aan een aantal voorwaarden en mochten bijvoorbeeld geen hersenschudding hebben. Bij het vooronderzoek naar geurherkenning deden tachtig personen mee (38 Italianen, 42 Engelsen). In de rest van het onderzoek bestond de controlegroep uit twintig echtgenoten van de patiënten (met een gemiddelde leeftijd van 65 jaar). Er is gekozen voor echtgenoten omdat zij waarschijnlijk thuis aan dezelfde geuren blootstaan als de patiënten.

Kwaliteit
Goede punten van dit onderzoek zijn:

  • er was een controlegroep;
  • er werd gecheckt of bepaalde geuren wel bekend waren;
  • het lijkt erop dat de onderzoekers tijdens het uitvoeren van de geurtaken niet wisten
    of de proefpersoon aan dementie leed of niet (‘blind voor de conditie’). Waarschijnlijk konden de onderzoekers pas later de scores indelen als horend bij ouderen met dementie of bij gezonde ouderen. Dit staat niet letterlijk in het artikel.

Zwakke punten van dit onderzoek zijn:

  • de onderzochte groep is klein: 40 patiënten en 20 echtgenoten (controlegroep)
  • doordat de onderzoekers kozen voor makkelijk herkenbare geuren, behaalde de controlegroep hoge scores op de taken (‘plafondeffect’). Hierdoor zijn de geurtaken niet geschikt om de eerste, kleine achteruitgang in het reukvermogen te herkennen.

Bron
Distinct patterns of olfactory impairment in Alzheimer's disease, semantic dementia, frontotemporal dementia, and corticolbasal degeneration. Italië en Engeland; S. Luzzi, J.S. Snowden, D. Neary, M. Coccia, L. Provinciali en M.A.Lambon Ralph; 2007.

Deel deze pagina