Volg @InnovatiekringDementie op Facebook Volg @Dementie_info op Twitter RSS Kennisbank RSS News

Wet zorg en dwang

(bijgewerkt op 16 augustus 2018)

Gesloten deur in verzorgingshuis

De Wet zorg en dwang (Wzd) beschermt mensen met een psychogeriatrische aandoening - zoals dementie - of een verstandelijke beperking tegen onnodige onvrijwillige zorg. Uitgangspunt is ‘Nee, tenzij’. Na een voorbereidingstijd van 10 jaar is de wet op 23 januari 2018 aangenomen door de Eerste Kamer. Hij treedt in werking op 1 januari 2020. Vóór die tijd komen er wel nog enkele aanpassingen en aanvullingen. Dat wordt geregeld per algemene maatregel van bestuur (AMvB). Op 13 juli 2018 stuurde de minister naar de Eerste en Tweede Kamer AMvB-ontwerpen voor o.a. ambulante onvrijwillige zorg en eisen t.a.v. de deskundigheid van zorgverleners die beslissen en adviseren over onvrijwillige zorg.

De Wzd gaat in de ouderen- en de gehandicaptenzorg de wet BOPZ vervangen. Hieronder de hoofdpunten van de Wzd voor mensen met dementie op een rij.

Wat valt er onder de Wzd?

Onder deze nieuwe wet valt de zorg en behandeling die iemand krijgt vanwege een psychogeriatrische aandoening - zoals dementie - thuis, in het verpleeghuis, kleinschalige woonvorm of ziekenhuis. 

De wet staat onvrijwillige zorg nog alleen toe in woonzorgcentra. Maar per AMvB wordt geregeld dat onvrijwillige zorg ook in de ‘ambulante zorg’ is toegestaan: in de thuissituatie en in woon-zorgcomplexen die volgens een zogenaamd ‘thuiszorgmodel’ werken. In het ontwerp-AMvB gelden hiervoor dezelfde regels als voor ‘accommodaties’, maar wel met extra zorgvuldigheidseisen.

Onvrijwillige zorg (OVZ)

De Wzd beschermt mensen tegen onnodige 'onvrijwillige zorg'. Onder onvrijwillige zorg wordt verstaan:

a) Tegen de wil van de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger:

  • Gedwongen vocht, voeding, medicatie en medische of therapeutische behandeling.
  • Beperking van de lichamelijke bewegingsvrijheid, waaronder fixatie en insluiten.
  • Toezicht houden, bijvoorbeeld met domotica.
  • Onderzoek aan kleding of lichaam.
  • Controle op aanwezigheid van drugs, alcohol en gevaarlijke voorwerpen.
  • Leefregels opleggen (behalve huiselijke regels die nodig zijn voor een goed reilen en zeilen in de groep).

b) Als de cliënt terzake wilsonbekwaam is, altijd:

  • Beperking van lichamelijke bewegingsvrijheid, zoals fixatie en insluiten.
  • Gedragsbeïnvloedende medicijnen (psychofarmaca) als die niet binnen de geldende professionele richtlijnen worden gegeven.

In deze gevallen gelden de regels voor OVZ altijd; óók als de cliënt(vertegenwoordiger) het ermee eens is en zich niet verzet.

Wat zijn de belangrijkste regels voor OVZ?

De Wzd heeft een heel eenvoudig uitgangspunt: onvrijwillige zorg mag niet, behalve als er anders 'ernstig nadeel' is en er geen andere oplossingen zijn om dat te bestrijden. Daarbij moet de gekozen oplossing in de praktijk voor de cliënt ook werken en in verhouding staan tot het te bestrijden nadeel (noodzakelijk, doelmatig en proportioneel).

Dus: alleen als er voor de bestrijding van een ernstig nadeel geen alternatieven zijn, mag gekozen worden voor onvrijwillige zorg (‘ultimum remedium’) maar dan de lichtste vorm en zo kort mogelijk. En er moet ook gelijk aan mogelijke afbouw worden gewerkt.

a)    Ernstig nadeel

Onder 'ernstig nadeel' wordt in de Wzd kortweg verstaan:

  • Dat de veiligheid van de cliënt of anderen bedreigd wordt
  • Ernstige schade of verwaarlozing dreigt
  • Het gedrag van de cliënt zo hinderlijk is dat het agressie van anderen oproept.

b)    Professioneel wegingskader

Hoe bepaal je óf en welke onvrijwillige zorg nodig is? Hiervoor schrijft de Wzd in artikel 10 een professioneel wegingskader voor, waarmee zorgverleners multidisciplinair en samen met de cliënt(vertegenwoordiger) moeten onderzoeken wat het probleem is, waar het vandaan komt en welke oplossingen daarvoor mogelijk zijn. En dat komt neer op het vinden en wegen van antwoorden op de volgende vragen:

1. Het probleem: 

  • Wat is het probleem precies? Voor wie is het een probleem en hoe ernstig?
  • Wanneer doet het probleem zich precies voor? 
  • Waar kan het probleem vandaan komen? Zijn er dingen die het uitlokken of verergeren? Dingen in de persoon van de cliënt bijvoorbeeld (zoals pijn, niet begrijpen van dingen, angst, pijn etc.), de daginvulling, de leefruimte, of het gedrag van andere mensen?

2. De oplossingen:

  • Wat zijn oplossingsmogelijkheden?
  • Welke oplossing grijpt voor deze persoon het minst in op zijn vrijheid en levenskwaliteit?
  • Wat zijn de nadelige effecten voor de persoon en hoe kunnen deze zo veel mogelijk worden weggenomen?
  • Hoe kunnen we aan afbouw werken?

Dit professioneel wegingskader is gelijk aan de kern van de jongste ‘Richtlijn Probleemgedrag bij mensen met dementie’

c)    Zorgvuldigheidseisen / ‘Stappenplan’

Als de opties voor vrijwillige zorg niet meer voldoende lijken, moet de zorgverantwoordelijke met minstens één deskundige van een andere relevante discipline de situatie bespreken aan de hand van bovenstaande vragen.Als vervolgens OVZ wordt ingezet en het lukt niet om deze binnen max. 3 maanden af te bouwen is er weer multidisciplinair overleg, deze keer met een deskundige erbij: iemand die niet betrokken is bij de zorg voor de cliënt. Mocht het daarna binnen max. 3 maanden wederom niet lukken om de OVZ af te bouwen, dan vraagt de zorgverantwoordelijke advies aan een onafhankelijke externe deskundige. Na het advies van de externe deskundige moet de noodzaak en werkzaamheid van de gekozen OVZ telkens elke zes maanden opnieuw worden beoordeeld. 

Wie kan die rol van externe deskundige vervullen? Het ontwerp AMvB schrijft voor dat het voor de PG een specialist ouderengeneeskunde, psychiater, gezondheidspsycholoog of verpleegkundige is, die aantoonbare ervaring heeft met het voorkomen en afbouwen van OVZ in de PG. Degene moet niet in dienst of gedetacheerd zijn bij de zorginstelling en niet betrokken bij de zorg voor de cliënt.

Noot:

Een onafhankelijke externe deskundige wordt ook om advies gevraagd als de cliënt(vertegenwoordiger) zich verzet tegen het opnemen van bepaalde zorg in het zorgplan. 

Voor acute situaties is er een verkorte route: dan kan de behandelend artsonvrijwillige zorg inzetten zonder veel overleg (voor maximaal twee weken).

Voor vrijheidsbeperking en onvrijwillige medische behandeling is, hoe dan ook, altijd toestemming van een arts nodig.

d) Aanvullende zorgvuldigheidseisen voor ambulante zorg

Voor ambulante onvrijwillige zorg komen er aanvullende zorgvuldigheidseisen voor als OVZ wordt overwogen. 

Het ontwerp AMvB schrijft voor dat dan in het multidisciplinaire zorgplanoverleg wordt gewogen of thuis (i.c. de thuiszorgachtige zorglocatie) nog geschikt is voor de noodzakelijke zorg. En als voor ambulante OVZ wordt gekozen moet worden besproken en vastgelegd:

  • Op welke wijze bij de uitvoering ervan toezicht wordt gehouden op de veiligheid van de cliënt 
  • Hoeveel zorgverleners erbij aanwezig moeten zijn 
  • Hoe geregeld is dat een ter zake deskundige zorgverlener voor de cliënt of diens naasten bereikbaar is voor vragen n.a.v. de verleende OVZ

Verder schrijft het ontwerp voor dat de zorginstelling haar beleid vastlegt:

  • Met betrekking tot bovenstaande aspecten
  • Hoe gewogen wordt of OVZ voorkeur heeft boven opname in een accommodatie
  • Hoe wordt omgegaan met fysiek verzet van de cliënt
  • Hoe grensoverschrijdend gedrag door zorgverleners wordt voorkomen

In de toelichting op het ontwerp AMvB wordt erop gewezen dat de zorgaanbieder verantwoordelijk is voor de (onvrijwillige) zorg in het zorgplan, ook als die door naasten wordt gegeven. En dat dit betekent, aldus de toelichting, dat de zorgaanbieder zich ervan moet vergewissen dat de persoon aan wie de OVZ wordt overgelaten in staat is die taak uit te oefenen en de consequenties van zijn handelen goed kan overzien.

In de toelichting suggereert het ministerie tevens om voorzichtig te beginnen met ambulante onvrijwillige zorg en er al doende ervaring mee op te doen. 

Geen recht

Onvrijwillige zorg is vanuit de cliënt geen afdwingbaar recht. Zorginstellingen zijn niet verplicht om onvrijwillige zorg te bieden, ze mógen het onder bepaalde condities. Elke zorginstelling die OVZ wil kunnen bieden, moet hiervoor gericht beleid hebben.

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

‘Zorgverantwoordelijke’

Dit is degene die verantwoordelijk is voor het zorgplan en het overleg over de onvrijwillige zorg. De wet schrijft niet voor wie deze rol mag vervullen. In het debat met de Tweede Kamer is wel afgesproken dat er regels voor komen. Gesproken werd over een ter zake deskundige arts of verzorgende niveau 3 of 4. Komen er toch geen regels over wie zorgverantwoordelijke mag zijn, dan regelen instellingen dat elk voor zichzelf en moeten in de ambulante zorg de wijkverpleging en de huisarts daar samen afspraken over maken.

‘Wzd-arts’

In het debat met de Tweede Kamer is besproken dat zorginstellingen die onvrijwillige zorg willen geven een Wzd-arts moeten hebben. De Wzd-arts wordt verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken m.b.t. onvrijwillige zorg binnen de organisatie en moet erop toezien dat altijd de minst ingrijpende vorm van onvrijwillige zorg wordt ingezet. De Wzd-arts krijgt dus min of meer dezelfde taken en bevoegdheden als de huidige BOPZ-arts, maar ook nieuwe. Dit is echter nog niet geregeld en het ministerie onderzoekt of de functie van Wzd-arts ook uitgeoefend kan worden door een GZ-psycholoog. 

Cliëntenvertrouwenspersoon

Elke zorginstelling die onvrijwillige zorg wil kunnen bieden, moet naast een Wzd-arts ook een onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon hebben. Deze heeft tot taak om de cliënt(vertegenwoordiger) op diens verzoek advies en bijstand te verlenen in aangelegenheden die samenhangen met onvrijwillige zorg, de opname, of de klachtenprocedure.

Daarnaast moet de cliëntenvertrouwenspersoon als er tekortkomingen zijn in de structuur of de uitvoering van onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname, dit aan de inspectie melden. De cliëntenvertrouwenspersoon is onafhankelijk van de zorgaanbieder, de Wzd-arts, de zorgverantwoordelijke en het CIZ. Het voornoemde ontwerp AMvB schrijft voor aan welke deskundigheidseisen cliëntenvertrouwenspersonen moeten voldoen. Op dit moment wordt er door veldpartijen gewerkt aan een landelijke functiebeschrijving en financiering,

Wlz én Zvw en Wmo

De Wzd beperkt zich niet tot zorg die gegeven wordt binnen de Wet langdurende zorg (Wlz), maar gaat ook over zorg vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van de gemeente. Dus ook in de dagbesteding en bij huishoudelijke hulp mag onvrijwillige zorg gegeven worden. Voorwaarde is wel dat de cliënt een PG-indicatie voor zorg heeft. M.a.w. als officieel is vastgesteld dat er sprake is van een psychogeriatrische aandoening en dat de cliënt daarvoor zorg of ondersteuning nodig heeft. Bij WLZ-zorg mag het CIZ deze indicatie stellen, bij Zvw-zorg en Wmo-zorg mag een ter zake deskundige arts de indicatie stellen (bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskunde). 

Vragen?

Voor vragen over de nieuwe wetgeving kunt u per mail terecht bij het ministerie van VWS: 

Het Informatiepunt Dwang in de zorg van het ministerie van VWS beantwoordt algemene vragen of opmerkingen over dwang in de zorg op grond van de Wet Bopz.

Heeft u een vraag over uw persoonlijke situatie? Dan kunt u uw vraag mailen via een contactformulier van het ministerie van VWS. Vragen worden afgehandeld door Stichting PVP (vertrouwenspersonen in de zorg), in opdracht van het ministerie. Waar nodig worden vragen doorgezet naar het ministerie zelf.

Vilans ondersteunt het ministerie bij de implementatie van de nieuwe wet. Zie hier de speciale Wzd-krant die hiervoor al gemaakt werd. Hierin is het ontwerp AMvB nog niet verwerkt.

Bronnen

Dit artikel is met de grootst mogelijke zorg samengesteld. Mocht u punten ter aanvulling, verduidelijking of verbetering hebben, dan stellen wij het op prijs als u ons daarvan op de hoogte stelt via .

Hier vindt u de integrale versie van de Wet zorg en dwang. In deze versie (afkomstig van het Informatiepunt Dwang in de zorg van de overheid) zijn nog niet alle laatste veranderingen opgenomen. 

Hier vindt u ‘de ontwerpbesluiten gedwongen zorg’ die de minister op 13 juli 2018 naar de Tweede en Eerste Kamer stuurde. 

Zorg voor vrijheid kaartjes

Kaartje Zorg voor vrijheid

Het 'professioneel wegingskader' is het hart van de Wet zorg en dwang. IDé maakte er een samenvatting van op een inspirerend mooi kaartje. U kunt dit kaartje bestellen, en ook ander relevant voorlichtingsmateriaal met betrekking tot de Zorg voor vrijheid.

Deel deze pagina