Volg @InnovatiekringDementie op Facebook Volg @Dementie_info op Twitter RSS Kennisbank RSS News

(bijgewerkt op 14 februari 2018)

Gesloten deur in verzorgingshuis

De Wet zorg en dwang (Wzd) beschermt mensen met dementie of een verstandelijke beperking tegen onnodige dwang in de zorg. Uitgangspunt is ‘Nee, tenzij’. Na een voorbereidingstijd van 10 jaar is de wet op 23 januari 2018 aangenomen door de Eerste Kamer. Hij treedt in werking op 1 januari 2020. Vóór die tijd komen er wel nog enkele aanpassingen en aanvullingen.

De Wzd gaat in de ouderen- en de gehandicaptenzorg de wet BOPZ vervangen en regelt wanneer er dwang mag worden toegepast in de zorg.  Hieronder de hoofdpunten van de Wzd op een rij.

Wat valt er onder de Wzd?

Onder deze nieuwe wet valt de zorg en behandeling die iemand krijgt vanwege dementie of een verstandelijke beperking: thuis, in het verpleeghuis, kleinschalige woonvorm of ziekenhuis.  De Wzd geldt alleen niet binnen justitiële inrichtingen.

Onvrijwillige zorg (OVZ)

De Wzd beschermt mensen tegen onnodige 'onvrijwillige zorg'. Onder onvrijwillige zorg wordt verstaan:

a) Tegen de wil van de cliënt of diens wettelijk vertegenwoordiger:

  • Gedwongen vocht, voeding, medicatie en medische of therapeutische behandeling.
  • Beperking van de lichamelijke bewegingsvrijheid, waaronder insluiten.
  • Toezicht houden.
  • Onderzoek aan kleding of lichaam.
  • Controle op aanwezigheid van drugs, alcohol en gevaarlijke voorwerpen.
  • Leefregels opleggen (behalve huiselijke regels die nodig zijn voor een goed reilen en zeilen in de groep).

b) Als de cliënt wilsonbekwaam is, altijd:

  • Beperking van lichamelijke bewegingsvrijheid, waaronder insluiten.
  • Gedragsbeïnvloedende medicijnen (psychofarmaca) als die niet binnen de geldende professionele richtlijnen worden gegeven.

In dit geval gelden de regels voor OVZ dus altijd; óók als de cliënt(vertegenwoordiger) het ermee eens is en zich niet verzet.

Wat zijn de belangrijkste regels voor OVZ?

De Wzd heeft een heel eenvoudig uitgangspunt: onvrijwillige zorg mag niet, behalve als er anders 'ernstig nadeel' is en er daarvoor geen andere oplossingen zijn.

a)    Ernstig nadeel

Onder 'ernstig nadeel' wordt in de Wzd kortweg verstaan dat:

  • de veiligheid van de cliënt of anderen bedreigd wordt;
  • ernstige schade of verwaarlozing dreigt;
  • het gedrag van de cliënt zo hinderlijk is dat het agressie van anderen oproept.

b)    Professioneel wegingskader

Hoe bepaal je of onvrijwillige zorg echt nodig is? Hiervoor schrijft de Wzd in artikel 10 een professioneel wegingskader voor, waarmee zorgverleners multidisciplinair en samen met de cliënt(vertegenwoordiger) moeten onderzoeken wat het probleem is, waar het vandaan komt en welke de oplossingen daarvoor mogelijk zijn. Dit wegingskader is een beknopte samenvatting van de richtlijnen voor 'probleemgedrag' bij dementie. En dat komt neer op het vinden en wegen van antwoorden op de volgende vragen:

1. Het probleem: 

  • Wat is het probleem precies? Voor wie is het een probleem en hoe ernstig?
  • Wanneer doet het probleem zich precies voor? 
  • Waar kan het probleem vandaan komen? Zijn er dingen die het uitlokken of verergeren? Dingen in de persoon van de cliënt bijvoorbeeld (zoals pijn, niet begrijpen van dingen, angst, pijn, etc., de daginvulling, de leefruimte, gedrag van andere mensen)?

2. De oplossingen:

  • Wat zijn oplossingsmogelijkheden?
  • Welke oplossing grijpt voor deze persoon het minst in op zijn vrijheid en levenskwaliteit?
  • Wat zijn de nadelige effecten voor de persoon, en hoe kunnen deze zo veel mogelijk worden weggenomen?
  • Hoe kunnen we aan afbouw werken?

c)    Zorgvuldigheidseisen

Het overleg over eventuele onvrijwillige zorg moet de zorgverantwoordelijke –aan de hand van deze vragen– met minstens één deskundige van een andere relevante discipline doen. En bij medische behandeling en bewegingsbeperking is, hoe dan ook, altijd toestemming van een arts nodig. Voor acute situaties is er een verkorte route: dan kan de arts als het nodig is zonder veel overleg voor maximaal twee weken onvrijwillige zorg inzetten.

Om ervoor te zorgen dat er voortdurend gezocht blijft worden naar afbouw of de lichtste vorm van onvrijwillige zorg, moet een speciaal daarvoor aangewezen arts - de Wzd-arts - altijd het zorgplan beoordelen als daarin sprake is van OVZ. Dit werd afgesproken n.a.v. het debat in de Tweede Kamer. Omdat hiermee al een kritische frisse blik is georganiseerd, gaat het ministerie nu kijken of de (in de Wzd verplichte) externe consultatie na 3 maanden eenvoudiger kan dan was geregeld in het oorspronkelijke wetsontwerp. 

Aanpassing in de maak: op verzoek van het veld en de Tweede Kamer bereidt het ministerie nu een vereenvoudiging in het stappenplan voor. Gekeken wordt of de regels voor het inschakelen van de externe deskundige kunnen worden aangepast zodat er geen onnodige bureaucratie ontstaat.

Wie is waarvoor verantwoordelijk?

‘Zorgverantwoordelijke’

Wie is verantwoordelijk voor het overleg over de onvrijwillige en het zorgplan?  In het wetsvoorstel mochten zorginstellingen dat aanvankelijk ieder voor zichzelf regelen. Maar na discussie met de Tweede Kamer en het veld is nu afgesproken dat er regels voor komen. In eerste instantie werd afgesproken dat de zorgverantwoordelijke altijd een ter zake deskundig arts moet zijn, maar nu wordt daar ook de verzorgende (niveau 3 voor de PG, 4 voor de VG) aan toegevoegd, mits deze is opgeleid in het opstellen en coördineren van zorgplannen.  En misschien worden er ook nog andere beroepsgroepen aangewezen die de rol van zorgverantwoordelijke kunnen vervullen.

‘Wzd-arts’

De Wzd-arts wordt verantwoordelijk voor de algemene gang van zaken m.b.t. onvrijwillige zorg binnen de organisatie en moet erop toezien dat altijd de minst ingrijpende vorm van onvrijwillige zorg wordt ingezet. Een Wzd-arts hoeft niet in dienst te zijn van de zorgaanbieder. 

De Wzd-arts krijgt dus min of meer dezelfde taken en bevoegdheden als de huidige BOPZ-art, maar ook nieuwe. N.a.v. het debat in de Tweede Kamer bereidt het ministerie nu voor dat de functie van Wzd-arts ook uitgeoefend kan worden door een GZ-psycholoog of een academisch geschoolde orthopedagoog. Dat is met name belangrijk voor de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking (VG).

Cliëntenvertrouwenspersoon

Elke zorginstelling die onvrijwillige zorg wil kunnen bieden, moet naast een Wzd-arts ook een onafhankelijke cliëntenvertrouwenspersoon hebben. Deze heeft tot taak om de cliënt(vertegenwoordiger) op diens verzoek advies en bijstand te verlenen in aangelegenheden die samenhangen met onvrijwillige zorg, de opname, of de klachtenprocedure.

Daarnaast moet de cliëntenvertrouwenspersoon aan de inspectie melden als er tekortkomingen zijn in de structuur of de uitvoering van onvrijwillige zorg of onvrijwillige opname.

De cliëntenvertrouwenspersoon is onafhankelijk van de zorgaanbieder, de Wzd-arts, de zorgverantwoordelijke en het CIZ. Op dit moment wordt er landelijk gewerkt aan een landelijke functiebeschrijving en financiering,

Verpleeghuizen én ‘ambulante’ zorg

In de Wzd is onvrijwillige zorg voorlopig alleen toegestaan in verpleeghuizen. Op dit moment wordt geregeld dat onvrijwillige zorg ook in de ‘ambulante zorg’ is toegestaan: in de thuissituatie of in woonzorgcomplexen die niet onder de categorie ‘verpleeghuis’ vallen. Hier gaan dezelfde regels gelden als voor OVZ in de verpleeghuizen, met één uitzondering:  ‘insluiting’ en fixatie. Het ministerie wil deze hier niet toestaan, maar houdt nog wel open dat daar uitzonderingsregels voor worden opgesteld.

Daarnaast zullen er voor de ambulante zorg extra zorgvuldigheidseisen komen, zoals over het aantal zorgverleners dat aanwezig moet zijn bij het uitvoeren van de OVZ.

In de thuiszorg moeten de wijkverpleging en de huisarts samen afspreken wie de verantwoordelijkheid neemt voor het zorgplan; wie dus de zorgverantwoordelijke is.

Noot:

De Wzd regelt niet wat naasten wel en niet mogen. En wat de verantwoordelijkheid is van de wijkverpleegkundige als een cliënt bijvoorbeeld wordt opgesloten of gefixeerd door de partner. Daarvoor geldt algemene wetgeving voor burgers en voor zorgprofessionals.

Wlz én Zvw en Wmo

De Wzd beperkt zich niet tot zorg die gegeven wordt binnen de Wet langdurende zorg (Wlz), maar gaat ook over zorg vanuit de Zorgverzekeringswet (Zvw) en Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van de gemeente. Dus ook in de dagbesteding en bij huishoudelijke hulp mag onvrijwillige zorg gegeven worden. Voorwaarde is wel dat de cliënt een PG-indicatie voor zorg heeft (of VG-indicatie). M.a.w. als officieel is vastgesteld er sprake is van een psychogeriatrische aandoening (of verstandelijke beperking) en dat de cliënt daarvoor zorg of ondersteuning nodig heeft. Bij WLZ-zorg mag het CIZ deze indicatie stellen, bij Zvw-zorg en Wmo-zorg mag een ter zake deskundig arts de indicatie stellen (bijvoorbeeld een specialist ouderengeneeskunde). 

De wettekst

Hier vindt u de integrale versie van de Wet zorg en dwang. In deze versie ( afkomstig van het Informatiepunt Dwang in de zorg van de overheid) zijn nog niet alle laatste veranderingen opgenomen.

De voorlopige voorstellen voor onvrijwillige zorg in de ambulante zorg vindt u hier: ‘Concept Bvggz Bzd Bfz december 2017’.

Vilans ondersteunt het ministerie bij de implementatie van de nieuwe wet. Zie hier de speciale Wzd-krant die hiervoor al gemaakt werd.

Zorg voor vrijheid kaartjes

Kaartje Zorg voor vrijheid

Het 'professioneel wegingskader' is het hart van de Wet zorg en dwang. IDé maakte er een samenvatting van op een inspirerend mooi kaartje. U kunt dit kaartje bestellen, en ook ander relevant voorlichtingsmateriaal met betrekking tot de Zorg voor vrijheid.

Deel deze pagina