Volg @InnovatiekringDementie op Facebook Volg @Dementie_info op Twitter RSS Kennisbank RSS News

Dansen en zingen voor een goede relatie

Mechteld van Kooi - Redactioneel - 25-08-2008

Is de relatie tussen iemand met dementie en zijn verzorgende partner nog hecht en liefdevol? Vaak niet, helaas, terwijl de verzorgende partner daar juist behoefte aan heeft. Goed nieuws: als de verzorgende partner muziektherapie aan zijn man of vrouw met dementie geeft, heeft dit een positief effect op hun relatie.

Doel
Eerdere onderzoeken hebben aangetoond dat muziektherapie positieve effecten kan hebben op mensen met dementie. De muziektherapie wordt echter altijd aangeboden door professionals. Er is behoefte aan muziektherapie die de verzorgende partner zelf aan zijn partner met dementie kan geven. Deze studie onderzoekt de haalbaarheid en het effect van muziektherapie, uitgevoerd door de partner of een andere belangrijke ondersteuner, op de wederzijdse relatie tussen de patiënt met vergevorderde dementie en zijn ondersteuner. Deze studie beantwoordt de volgende vragen:

  1. Versterkt muziektherapie, afgestemd op de voorkeuren van partner en patiënt, hun wederzijdse relatie?
  2. Houdt de wederzijdse relatie die is opgebouwd tijdens een aantal muzikale ontmoetingen stand tijdens een niet-muzikale ontmoeting?
  3. Kan een partner zonder muzikale achtergrond leren de muziektherapie uit te voeren?

Aanpak
Op basis van de voorkeur van de muzieksoort en de muzikale toepassing wordt voor elk deelnemend koppel een protocol ontwikkeld. Na een korte training door een professional gaat de ondersteuner zelf muziektherapie geven aan zijn partner met dementie.

Resultaten en conclusie
De resultaten van dit onderzoek zijn:

  1. Wederzijdse betrokkenheid tussen ondersteuner en patiënt kan bevorderd worden door muzieksessies. De relatie blijft zich verbeteren tijdens opeenvolgende muzieksessies.
  2. De verbeterde relatie houdt stand tijdens een niet-muzikale sessie. Ook tijdens de functionele achteruitgang van de patiënt kan muziektherapie de relatie in stand houden.
  3. De ondersteuners zijn in staat om snel de muzikale toepassingen, zoals zingen of dansen, onder de knie te krijgen. Zij waren erg goed in het uitvoeren van de muziektherapie, zelfs als ze geen muzikale achtergrond hadden. De toepassingen waren zo simpel dat de ondersteuners zich zelfverzekerd genoeg voelden om ze zelfstandig uit te voeren. Ook vonden ze de muzikale sessies plezierig om toe te passen. Ze wilden het protocol in de toekomst blijven toepassen om de verbeterde relatie in stand te houden. Bovendien vonden ze dat de kwaliteit van de ontmoetingen verbeterde door de muzikale sessies.

Uit dit onderzoek blijkt dat een verzorgende partner of andere ondersteuner zelf muziektherapie kan geven aan de patiënt met dementie. Ook blijkt dat met het zelf geven van muziektherapie, de relatie tussen de verzorger en patiënt verbetert.

Hoewel deze studie aantoont dat de wederzijdse betrokkenheid tussen de ondersteuner en patiënt verbetert, is meer onderzoek met meer deelnemers noodzakelijk. Dit is nodig om te bepalen of de bevorderde betrokkenheid effect heeft op de tevredenheid van de ondersteuner over de relatie. Tenslotte moet de invloed van de relatie op het welzijn van de ondersteuner worden onderzocht.

Details over het onderzoek
Deelnemers
Vanuit tien verzorgingshuizen werd schriftelijk contact opgenomen met verzorgende partners en andere naasten die nauw contact hadden met de patiënt. Een koppel van ondersteuner en oudere met dementie mochten meedoen aan het onderzoek als:

  • de dementie dermate ernstig was dat communicatie door middel van een gesprek niet meer mogelijk was;
  • de verzorgende partner of naaste ondersteuner geïnteresseerd was in het herstellen van de interactie met de patiënt;
  • de verzorgende partner of naaste ondersteuner samenwoonde met de patiënt of deze regelmatig bezocht (meerdere keren per week).

Vijftien van de aangeschreven verzorgende partners of naaste ondersteuners stemden toe om samen met de patiënt deel te nemen aan het onderzoek. Zeven van hen vielen later toch af door desinteresse of ziekte van de patiënt. Acht paren voltooiden de benodigde vooronderzoeken. Vier van de verzorgende deelnemers waren de vrouwelijke partner van de patiënt, drie van de verzorgende deelnemers waren de mannelijke partner van de patiënt en één vrouwelijke deelnemer was een vriendin van de patiënt.

Procedure
De zestien deelnemers deden per koppel mee aan acht sessies muziektherapie. Een sessie duurde veertig minuten en werd één keer per week gehouden. Telkens op dezelfde dag en hetzelfde tijdstip. De sessies werden geleid door een muziektherapeut. Alle sessies werden bovendien gefilmd voor latere analyses.
In de eerste sessie brachten de verzorger en de patiënt tijd met elkaar door zoals ze dat gewend waren te doen. In de daarop volgende testsessie presenteerde de muziektherapeut een aantal muzikale toepassingen, zoals stijldansen, stoeldansen, zingen en ritmische instrumenten. De verzorger kon zijn voorkeur aangeven. Daarna werd elk koppel beoordeeld op de mate van deelname bij het uitvoeren van de verschillende toepassingen. Naar aanleiding van de verbaal aangegeven voorkeuren van de verzorger en de observaties stelde de muziektherapeut een protocol op. Dit protocol bevatte de voorkeursmuziek en de muzikale toepassing die de meest actieve deelname mogelijk maakte. Tijdens vijf experimentele muzikale sessies werd gebruik gemaakt van dit protocol. Daarna brachten de verzorger en de patiënt nog een keer tijd met elkaar door zoals ze dat voor deelname aan het onderzoek gewend waren te doen. Deze sessie duurde dertig minuten.

Muziektherapie
Twee protocollen waren gericht op zingen en zes op dansen. De protocollen werden toegepast tijdens vijf experimentele muzikale sessies. In de eerste muzikale sessie werd het protocol uitgevoerd door de muziektherapeut. In de tweede muzikale sessie werd de ondersteuner aangespoord zoveel mogelijk de leiding te nemen. In de derde tot en met de vijfde sessie had de ondersteuner de volledige leiding, met geen of slechts enkele aanwijzingen van de muziektherapeut.

Zes koppels hadden gekozen voor de muzikale danssessies. Drie van hen hadden regelmatig gedanst als jong volwassenen en beheersten de traditionele danspassen. Voor twee andere paren waren aanpassingen vereist, omdat de patiënten vanwege de vergevorderde dementie niet meer konden lopen. Eén danspaar bestond uit twee vrouwen. Ook voor hen waren aanpassingen nodig. De muziek die tijdens het dansen werd gedraaid, was muziek die populair was in de jonge jaren van de patiënt.

Twee koppels hadden gekozen voor de muzikale zangsessies. Bij het ene koppel begeleidde de verzorger haarzelf en de patiënt op de gitaar. Bij het andere koppel namen zowel de patiënt als de verzorger plaats achter de piano. De verzorger zong liedjes en gaf ondertussen de patiënt aanwijzingen om deze liedjes, die ze vroeger had geleerd, op de piano te spelen.

Volgens het protocol begon de verzorger elke sessie met de vraag aan de patiënt om mee te doen. Tijdens de muzikale danssessies begon de verzorger te dansen op het moment dat de muziek begon. De verzorger gaf de patiënt aanwijzingen door middel van gebaren en aanraking. Tijdens de muzikale zangsessies begon de verzorger met het zingen van een erg vertrouwd liedje.

Video - analyse
Samen met een observator omschreef de onderzoeker voor elk koppel hun typische gedrag. Dit gedrag bevatte interacties tussen de verzorger en de patiënt. Deze interacties werden gedefinieerd als fysieke aanraking, conversatie (al dan niet hoorbaar), naar elkaar kijken, zingen, stemgebruik, of bewegen of dansen op muziek.

De observator analyseerde alle videobanden en registreerde voor elk interval van tien seconden of de ondersteuner en patiënt bij elkaar betrokken waren. Van de acht sessies werd het aantal intervallen waarin zij bij elkaar betrokken waren, opgeteld. Het wel of niet betrokken zijn bij elkaar, werd bekeken aan de hand van: deelname aan de muzieksessie, verbale of vocale interacties tussen de ondersteuner en patiënt en fysieke aanraking.

Beperkingen van het onderzoek
Een beperking van dit onderzoek is het kleine aantal deelnemers. Dit maakt het lastig om een algemeen geldende conclusie te trekken op basis van de gevonden resultaten.

Bron
The effects of music therapy on engagement in family caregiver and care receiver couples with dementia
Amerika, A.A. Clair, 2002

Eindredactie: Naomi Aanstoot

Deel deze pagina

Toon alle gerelateerde artikelen